Liturgische kalender

Gebruik van den Catechismus aangepast aan de Zondagen van het jaar. #

Eerste Zondag van den Advent. #

  • Er zullen teekenen zijn in zon en maan, enz. Luc. XXI, 25 en volg. Dit Evangelie moet behandeld worden in verband met het algemeen oordeel, Daarom zal de pastoor hier gebruiken hetgeen gezegd werd over het zevende artikel van het Symbolum : « Vandaar zal Hij komen oordeelen de levenden en de dooden ».

Tweede Zondag van den Advent. #

  • Joannes, die in de gevangenis de daden van den Christus vernomen had… Zijt gij het die komt… Matth. XI, 2 en volg. Deze ondervraging leert ons met hoeveel ijver wij moeten zorgen dat wij, en degenen die van ons afhangen, onderricht worden in al wat het geloof aangaat. Gegevens daarover vindt men in het eerste hoofdstuk van den catechismus.

  • In de gevangenis. We moeten bereid zijn gevangenis en dood te onderstaan voor het geloof ; en het is niet genoeg het geloof te bewaren in het hart, we moeten het ook belijden.

Derde Zondag van den Advent. #

Vierde Zondag van den Advent. #

Kerstmis. #

Zondag onder de octaaf van Kerstmis. #

Feest van de Besnijdenis. #

Driekoningenfeest. #

Zondag onder de octaaf van Driekoningen. #

Tweede Zondag na Driekoningen. #

Derde Zondag na Driekoningen. #

  • Een melaatsche trad vooruit en viel voor Hem neer… Matth. VIII, 2, 3. De melaatschheid beteekent de ketterij, volgens de heilige Vaders. In het hoofdstuk over het negende artikel van de geloofsbelijdenis wordt gezegd wie als ketter moet aanzien worden, en wie, evenals de melaatschen, uit de Kerk moet verwijderd worden.
  • Ga, laat u aan de priesters zien… Over de eer die we moeten bewijzen aan de priesters. In het derde boek van zijn werk « Over het priesterschap » leert de heilige Chrysostomus dat aan onze priesters een veel grootere macht gegeven werd dan aan de joodsche priesters : immers, zij konden de melaatschen niet zuiveren, maar alleen verklaren dat zij gezuiverd waren, terwijl onze priesters den mensch, die aangetast is door de melaatschheid van de zonde, werkelijk zuiveren en volkomen genezen als ze hem de absolutie geven. Zoo kan men hier handelen over de sleutelmacht die aan de priesters verleend werd.

Vierde Zondag na Driekoningen. #

  • Toen Mij in de boot gestapt was… Matth. VIII, 23. Deze boot, evenals de ark van Noë, is een voorafbeelding van de Kerk. De pastoor kan hier spreken over de Kerk en haar kenteekens.
  • Heer, red ons, wij vergaan. De stervensnood is het grootste gevaar voor den mensch ; daarom moet de pastoor zijn geloovigen aanzetten om hun toevlucht te nemen tot God en het Heilig Oliesel te ontvangen als ze in gevaar van sterven zijn.
  • Wie is deze, dat zelfs de zeeën de winden Hem gehoorzamen? Alle schepselen, buiten den mensch, volgen de richting die God hun aangewezen heeft.

Vijfde Zondag na Driekoningen. #

Zesde Zondag na Driekoningen. #

Septuagesima-Zondag #

Sexagesima-Zondag. #

Quinquagesima-Zondag. #

  • Hij zal overgeleverd worden aan de heidenen en bespot… Luc. XVIII, 32… Dit Evangelie, dat een samenvatting geeft van het lijden van Jezus, wordt bij het begin van de vasten gelezen, om de volgelingen van Christus op te wekken tot boetvaardigheid ; hier komt dus van pas wat, over het lijden van Christus gezegd wordt. Wordt dit onderwerp later behandeld, dan kan men vandaag over het tweede deel van dit Evangelie spreken.
  • Een blinde zat bij den weg te bedelen. Deze blinde stelt het menschdom voor ; den ellendigen toestand van de menschen na den zondeval.
  • Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij. Het gebed tot God is niet hetzelfde als het gebed tot de heiligen. Als wij gedrukt gaan onder lijden en kwellingen, of iets noodig hebben, dan moeten wij, evenals deze blinde, onze toevlucht nemen tot God en zijn bijstand afsmeeken. Noodzakelijkheid en nut van het gebed.
  • Wat verlangt gij dat ik voor u doe ? Alhoewel God weet wat wij noodig hebben, wil Hij dat wij het Hem vragen.

Aschwoensdag. #

Eerste Zondag van de vasten. #

Tweede Zondag van de vasten. #

Derde Zondag van de vasten. #

Vierde Zondag van de vasten. #

Passiezondag. #

Palmzondag. #

Goede Vrijdag. #

Paschen. #

Tweede Paaschdag. #

Derde Paaschdag. #

Eerste Zondag na Paschen. #

Tweede Zondag na Paschen. #

Derde Zondag na Paschen. #

Vierde Zondag na Paschen. #

Vijfde Zondag na Paschen. #

  • Wat gij den Vader vragen moogt, dat zal Hij u in mijn Naam geven. Jo. XVI, 23. Over het gebed.
  • Tot nogtoe hebt gij niets in mijn Naam gevraagd. We moeten God bidden door Christus.

Ons Heer Hemelvaart. #

Zondag na de Hemelvaart. #

Sinksen. #

Tweede Sinksendag. #

Derde Sinksendag. #

Feest van de Allerheiligste Drievuldigheid. #

Zelfde Zondag. #

Feest van het Heilig Sacrament. #

Tweede Zondag na Sinksen. #

Derde Zondag na Sinksen. #

Vierde Zondag na Sinksen. #

Vijfde Zondag na Sinksen. #

  • Gij hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is : Gij zult niet dooden. Matth. V, 21. Hier kan men het vijfde gebod uitleggen.
  • Ik zeg u dat alwie kwaad is op zijn broeder. Wanneer is de gramschap zonde ?
  • Gij hebt gehoord dat gezegd is : Gij zult geen overspel bedrijven. Zesde gebod.

Zesde Zondag na Sinksen. #

Zevende Zondag na Sinksen. #

Achtste Zondag na Sinksen. #

Negende Zondag na Sinksen. #

Tiende Zondag na Sinksen. #

Elfde Zondag na Sinksen. #

  • Ze smeeken Hem om hem de hand op te leggen. Marc. VII, 32. Deze menschen die voor een doofstomme van Jezus de genezing afsmeeken, leeren ons dat we voor anderen moeten bidden. Voor wie moeten we bidden en hoe ?
  • Hij stak zijn vingeren in zijn ooren. Naar het voorbeeld van Christus, teekenen wij, in het Doopsel, de oogen, de ooren, de borst en de schouders van het kind met het heilig kruisteeken. Zie de ceremoniën van het Doopsel.
  • Opziende naar den hemel zuchtte Hij. Waarom zeggen wij dat God in den hemel woont, als Hij toch overal tegenwoordig is ? De Heilige Schriftuur zegt dat wij doof en stom en blind zijn door de zonde ; zie de gevolgen van de zonde.

Twaalfde Zondag na Sinksen. #

Dertiende Zondag na Sinksen. #

Veertiende Zondag na Sinksen. #

  • Weest niet bekommerd voor uw leven. Matth. VI, 25. Overdreven zorg voor tijdelijke belangen is nadelig voor het godsdienstig leven. Middelen tegen de begeerlijkheid.
  • Uw hemelsche Vader weet dat gij dit alles noodig hebt. God kent onze noodwendigheden en verlangens, en toch wil Hij dat wij onze gebeden tot Hem sturen — bl, 579.
  • Zoekt eerst het rijk van God. Wat moet men vragen in het gebed ? — bl, 585. Welke orde moeten we volgen in het gebed ? — bl. 617. Hier kan heel de tweede vraag van het Onze Vader uitgelegd worden — bl. 624.
  • Dit alles zal er u Bijgegeven worden. Mogen we tijdelijke gunsten vragen ? Zie zevende vraag van het Onze Vader — bl. 697.

Vijftiende Zondag na Sinksen, #

  • De doode ging overeind zitten … Luc. VIT, 15. Christus wordt de eerstgeborene van de dooden genoemd, alhoewel vele anderen vóór Hem verrezen zijn — bl. 78, Men kan hier handelen over het elfde artikel van het Symbolum : Verrijzenis van het vleesch — bl. 143.

Zestiende Zondag na Sinksen. #

  • Alag men op sabbat genezen 2 Luc. NIV, 3. Heiliging van de feestdagen ; wat moet men doen, wat moet men laten op die dagen ? — bl, 480.
  • Wanneer gij op een bruiloft uitgenoodigd wordt… We mogen ons niet boven anderen verheffen — bl, 613, niet eerzuchtig zijn — bl. 56.

Zeventiende Zondag na Sinksen. #

  • Gij zult den Heer uw God beminnen. Matth. XXII, 37. Zie twaalfde Zondag na Sinksen.
  • Wa! dunkt u over den Christus P Tweede artikel van het Symbolum — bl. 36.

Achttiende Zondag na Sinksen, #

  • Als Jezus hun geloof zag. Matth, IX, 2. Jezus bewijst hier een weldaad aan dien lamme, niet omdat de zieke er zelf om smeekt, maar om wille van het geloof van anderen, Zoo ontvangen de kinderen ook de genade van het Doopsel, niet om hun eigen verdienste, maar om wille van het geloof van hun ouders, of peters, of van de heilige Kerk — bl, 217. Over peter en meter, zie bl. z11,
  • Uw zonden worden u vergeven. Christus was de cerste die de macht had om de zonden te vergeven — bl. 140. Het woord van den priester, die wettig onze zonden vergeeft, heeft dezelfde kracht als het woord van Christus — bl. 323. Absolutie — bl. 326.
  • Die lastert. Godslastering — bl. 477.

Negentiende Zondag na Sinksen. #

  • … die een bruiloflsmaal voor zijn zoon bereidde. Matth. XXII, 2, Waarom moeten man en vrouw vereenigd worden ? bl. 416. Plichten van man en vrouw — bl. 425, 426. Voordeelen van het huwelijk — bl. 423.
  • Grepen zijn dienaren vast, beleedigden en doodden hen. Beleediging, kwaadspreken en andere zonden waardoor men den naaste onrecht aandoet — bl. s5r.
  • Zonder een bruiloftskleed aan te hebben. Het witte klecd, dat aan de gedoopten opgelegd wordt, stelt dit bruiloftskleed voor — bl, 240.
  • Werpt hem in de duisternis daarbuiten. Veroordeeling en straf van de verdoemden — bl. 100.

Twintigste Zondag na Sinksen. #

  • Er waseen zeker hofbeambte, wiens zoon ziek lag. Jo. IV, 46. Van waar komen de ellenden van het menschelijk leven ? — bl. G27, 636, 652. Tot wie moeten wij onze toevlucht nemen ? — bl. zor, 693. De laatste vraag van het Onze Vader kan hier uitgelegd worden — bl. 697.

Een en twintigste Zondag na Sinksen. #

  • Betaal wat ge schuldig zijt, Matth. XVIII, 28. De restitutie is noodig om vergiffenis te bekomen — bl. 534. Diefstal, roof, woeker — bl. 535.
  • … als niet teder zijn broeder van harte vergeeft. Vijfde vraag van het Onze Vader — bl. 665.

Twee en twintigste Zondag na Sinksen. #

  • Leeraar, wij weten dat Gij oprecht zijt. Matth. XXII, 16, Vleierij — bl. 552. Leugen — bl. 550.
  • Geef wat van den keizer is, aan den Keiser, Plichten tegenover de vorsten en overheden — bl. 503.

Drie en twintigste Zondag na Sinksen. #

  • Er kwam een overste en knielde vóór Hem neer. Matth. IX, 18. De ongeloovigen vragen ook om bevrijd te worden van het kwaad, doch niet zooals de christenen — bl. 700. In ziekten moeten we alleen op God betrouwen — bl. zor.
  • Mijn dochter is zooeven gestorven. Over de uitersten moet dikwijls gesproken worden — bl, ror, 374.
  • Als ik enkel zijn kleed aanraak. Vereering van de relikwieën — bl. 449.
  • Jezus ging het huis van den overste binnen. We kunnen de overledenen helpen door het Heilig Misoffer — bl. 315, en door onze gebeden — bl. 589.

Vier en twintigste Zondag na Sinksen. #

  • Wanneer gij dun den gruwel van de verwoesting in cen heilige plaats zult ziten staan. Matth. XXIV, 15. Voorteekens van het laatste oordeel — bl. 98.
  • Bidt dat uw vlucht niet geschiede Het is toegelaten tijdelijke gunsten te vragen — bl. 650, 655.
  • Om de uitverkorenen zullen die dagen verkort worden. De duivelen kunnen ons niet bekoren naar willekeur — bl. 637.